
Met de demo van Crystalfall krijgen ARPG-liefhebbers een eerste voorproefje van wat een veelbelovende nieuwe loot-gedreven game lijkt te worden. En dan als klap op de vuurpijl? De game gaat helemaal gratis te spelen zijn op Steam. Dat alleen al maakt het de moeite waard om er even in te duiken; zeker voor fans van het klassieke Diablo-achtige genre waarin hordes vijanden, abilities met discolampjes en een constante stroom aan loot centraal staan.
Toch heb ik mijn enthousiasme lichtjes geremd door één vraag die boven de markt hangt: hoe vrijgevig blijft de uiteindelijke game? Free-to-play kan fantastisch uitpakken, maar we weten allemaal dat er soms een stevige paywall om de hoek kan loeren. Voor nu voelt Crystalfall als een toegankelijke binnenkomer in het genre. Laten we hopen dat de volledige release die belofte gaat waarmaken zonder dat het speelplezier achter de welbekende betaalmuur verstopt gaat zitten.

Vanaf het moment dat ik mijn eerste skill activeerde, voelde Crystalfall erg bekend, aangezien ik een fervent Diablo-fan ben.
Het heerlijke “klik, KAPOOOOW, loot oppakken, repeat"-ritme waar ik ongemerkt uren in kan verdwijnen. Als liefhebber van het Diablo-achtige genre zat ik eigenlijk meteen goed en dacht ik: let’s gooo! Hordes vijanden die op je afstormen, abilities die het scherm vullen met licht en effecten, oftewel, discorampage, en natuurlijk die eeuwige jacht op nét betere gear.
De combat voelt lekker vlot en responsief. Vooral wanneer je build een beetje begint te lopen en je skills elkaar versterken, krijg je dat fijne sneeuwbaleffect: eerst ben je nog voorzichtig aan het aanvoelen en een half uur later sta je complete groepen vijanden weg te vegen, alsof je een teveel aan boomblaadjes op je stoep gevonden hebt. Dat moment waarop je denkt: oké, nu begint het leuk te worden. In acht nemend natuurlijk dat dit nog wel een demo is en er enige beperkingen zijn.
En dan… loot. Heel veel loot. Soms rommel, soms een pareltje waar je build ineens van overpowered wordt. Er zit voor mij echt iets meditatiefs in het constant vergelijken van stats en het nét optimaler maken van je uitrusting. “Deze handschoenen geven 2% meer damage… maar die andere hebben weer crit chance…" Voor je het weet ben je vijf minuten verder en sta je nog steeds in je inventory. Klassiek ARPG-gedrag.
Nu is het vooral afwachten hoe diep het systeem uiteindelijk gaat in de volledige release… Maar als eerste indruk is deze demo absoluut het proberen waard. En eerlijk is eerlijk: als een game me zover krijgt dat ik “nog één run dan" mompel, dan doen ze toch iets goed.
Graphics en sfeer
De artstyle balanceert naar mijn mening mooi tussen donker-fantasy en iets toegankelijkers. Het is niet zo duister dat je er somber van wordt, maar ook zeker geen vrolijke cartoonwereld. Die middenweg vind ik goed in de smaak vallen: de omgevingen voelen dreigend genoeg om spanning op te bouwen, terwijl de shiny skill-effects ervoor zorgen dat je altijd overzicht houdt, ook als het scherm volloopt met vijanden en je eigen magische discogalore.
Wat vooral opvalt, is de sfeer tijdens gevechten. Wanneer de muziek iets in volume toeneemt en je omringd wordt door mobs, krijg je dat typische ARPG-gevoel van gecontroleerde chaos (althans… dat is natuurlijk maar schijn, bij mij is mijn chaos nooit gecontroleerd).
Technisch oogt de demo stabiel en vloeiend, al blijft het afwachten hoe dit zich vertaalt naar langere speelsessies of drukkere endgame-scenario’s. Maar als eerste indruk voelt het verzorgd en met aandacht gemaakt.

De demo van Crystalfall maakt bij mij een sterke eerste indruk. De combat is soepel genoeg, de loot-cyclus verslavend en de sfeer zit goed. Precies wat ik zou willen van een Diablo-achtige ARPG. Het speelt vertrouwd, maar wel met genoeg flair om nieuwsgierig te maken naar meer, oftewel endgame.
Dat het gratis speelbaar is, verlaagt voor mij dan ook de drempel enorm. Tegelijk blijft het even afwachten hoe het uiteindelijke verdienmodel eruit zal zien en of progressie niet achter een paywall verdwijnt.
Maar voor nu? Zeker het proberen waard. Grote kans dat “nog één run" er toch weer drie worden.




