Sponsor

TG Guide: Voedingen voor game-pc’s; hoeveel watt en modulair?

TechGaming Guide

Introductie

Mede mogelijk gemaakt dankzij de voedingen van MSI; Navigatie;

Voedingen voor game-pc’s met MSI

Centraal in elke serieuze game-pc staat de voeding. In het verleden kon je nog wegkomen met een laag wattage en goedkope uiting. Tegenwoordig gaat dat echt niet meer op, mede vanwege veranderingen in moderne videokaarten. Neem bijvoorbeeld de RTX 3000-reeks van Nvidia, die met de agressieve Turbo Boost extreme pieken ervaart in het stroomverbruik. Een anderzijds perfecte voeding voor een oudere generatie schiet voor een moderne game-pc ineens tekort en kan problemen veroorzaken zoals een BSOD (Blue Screen of Death), willekeurige crashes of stroomuitval.

Logischerwijs zijn er dan veel vragen te stellen over voedingen. Denk maar aan zaken zoals wattage, aansluitingen en de betekenis van certificeringen zoals 80+, Gold, Platinum enzovoort. Dat zijn zaken die allemaal aan bod komen in deze guide, zodat je bij je nieuwe pc de juiste keuze maakt. Laat een voeding geen ‘last-minute’ bijzaak zijn, maar denk vanaf het begin aan een propere voeding met de features die voor jouw budget, wensen en eisen ertoe doen. Dat is dé boodschap van MSI, die aan ons gevraagd heeft om dieper op voedingen in te gaan. Laten we in het onderwerp duiken!

Modulariteit

Alvorens we praten over specificaties en dergelijke eigenschappen is het belangrijk om te kijken naar de uiterlijke kenmerken van voedingen. Naast die keuzes heb je als eerste te maken met esthetica; in de vorm van non-modulair, semi-modulair en modulair.

Non-modulair

Eerstgenoemde komt met alle voedingskabels bevestigd aan de voeding. Kortom, er hangt een flinke bos kabels aan vast die niet te verwijderen of aan te passen is. Dat is esthetisch gezien minder aantrekkelijk, naast het euvel dat een bos onnodige kabels de airflow in een kast kan blokkeren. Uiteraard is dat mede afhankelijk van de behuizing, plaatsing daarin en eventuele voedingsshroud. Dé reden om voor een non-modulaire voeding te kiezen, is veelal de prijs, want die versie is het goedkoopst.

Semi-modulair

De tweede soort voeding heeft sowieso de zogeheten 24-pins-ATX-kabel en bij sommige modellen óók de CPU-voedingskabel nog geïntegreerd (voor de processor dus). Kortom, de kabels die benodigd zijn om een systeem überhaupt te draaien. Afgezien van dat is de voeding modulair, ofwel, je hebt de keuze over welke kabels je aansluit. Voor een schoon uiterlijk is dit een zéér geschikte versie. Qua prijs betaal je logischerwijs meer, maar daar krijg je een opgeruimde behuizing voor terug.

Modulair

Oké, dan resteert de derde versie: de volledig modulaire voeding. Hier zijn de 24-pins-ATX-kabel en CPU-voedingskabel niet bevestigd. Dat terwijl die kabels ten strengste benodigd zijn om een pc te starten. Waarom bestaat deze versie dan? Nou, het antwoord ligt in customization. Tegenwoordig is het mogelijk om voor populaire voedingen custom kabels te bestellen, met een bepaalde sleeve, kleur of andere features. Je hebt dan dus volledige controle over de esthetica van je pc.

Daarnaast is er een praktische reden voor een 100% modulaire voeding: vervanging. Mocht een voeding onverhoopt overlijden, dan hoef je enkel de kabels te ontkoppelen, voeding uit het systeem te schuiven en nieuwe voeding erin te plaatsen. Dat dus zonder je kostbare kabelmanagement aan te tasten. Bij sommige builds, hetzij zéér compacte of uitgebreide setups, kan het een regelrechte nachtmerrie zijn om je kabelmanagement ongedaan te maken.

Als bovengenoemde zaken een factor zijn, dan dien je bij je aankoop dus een modulaire voeding te kiezen. Voorbeelden daarvan zijn de nieuwe voedingen van MSI, zoals hieronder zichtbaar aan de 650W-uiting.

Kabels en aansluitingen

Nu we weten welke soorten voedingen er zijn, is het van belang om te kijken naar de aansluitingen ervan. Het voordeel van een kwalitatieve, (semi-)modulaire voeding zijn aanduidingen op de kabels en voeding zelf. Als in, waar de kabels voor bestemd zijn en hoe je ze aan weerszijden koppelt. Op eerste gezicht kunnen kabels vrij verwarrend ogen, want sommigen bezitten een vergelijkbaar uiterlijk. Toch zijn ze, als je kijkt naar de exacte vormgeving van de aansluiting, verschillend.

24-pins-voeding

Laten we als eerste beginnen bij de basiscomponenten, ofwel bij de 24-pins-voedingsconnector. Deze levert stroom direct aan het moederbord, waardoor aangesloten apparaten via USB, PCI Express enzovoort voorzien kunnen worden. Deze bestaat dus een 24-pins-zijde en een (dubbele) connector aan de kant van de voeding, zoals op de afbeeldingen zichtbaar.

Wat waarschijnlijk al is opgevallen aan het eerste setje kabels is de vormgeving ervan. Zo hebben oudere/goedkopere voedingen veelal ronde kabelbundels, terwijl MSI een plat ontwerp hanteert. Dat brengt een handig voordeel met zich mee voor kabelmanagement, want platte kabels zijn veelal makkelijker én mooier weg te werken.

CPU-voeding

In betrekking tot basiskabels is er logischerwijs nog eentje: de CPU-voedingskabel. Zo zien we hieronder de CPU-aanduiding aangegeven en het clipje dat de 4-pins-aansluitingen bij elkaar houdt. Voor de zéér basale (of oudere) moederborden is het dus mogelijk om de voedingskabel nog te splitsen naar een enkele 4-pins-kabel. Het andere einde knal je logischerwijs in desbetreffende aansluiting op de voeding.

Het kan ook zijn dat een extreem overklokmoederbord zelfs meerdere CPU-voedingskabels vereist. Er zijn dus borden met 4 of 8-pins-connectoren, wat veelal de norm is, maar ook varianten met een vereiste voor twee kabels, wat 8+4 of zelfs 8+8 kan zijn. Voor de overklokkers is het dus van belang om een voeding te kiezen met twee CPU-voedingskabels, waarbij MSI dat óók doet voor alle varianten.

PCI Express

Een kabel die veel lijkt op de CPU-voedingskabel is de PCIe-kabel. Deze is grotendeels bestemd voor videokaarten en is tevens te splitsen, maar dan in 6+2 in plaats van 4+4. Door de splitsing na te kijken, is altijd te ontdekken met welke kabel je te maken hebt. De clip zit dan ook niet centraal bij de PCIe-connector, maar iets naar de zijkant geplaatst. Daarnaast staat er natuurlijk ‘PCIe’ aangegeven op de zijkant.

Het verschil tussen een 6-pins en 8-pins-connectie is gewoonweg het totale, stabiele vermogen dat geleverd kan worden aan een kaart. Zo wordt een 6-pins-connector gekeurd voor 75 watt en een 8-pins-connector voor 150 watt. In de praktijk kan de 6-pins-connector meer vermogen aanleveren dan 75 watt, maar minder stabiel dan de 8-pins-connector, want laatstgenoemde bezit extra pinnetjes voor aarding, 12V en detectie.

Laatstgenoemde feature is overigens een belangrijke, want daarmee wordt gedetecteerd worden hoeveel vermogen er geleverd kan worden. De 6-pins-aansluiting bezit een enkele sensor, waarbij de 8-pins-aansluiting, ofwel de twee extra pinnetjes, een tweede sensor toevoegen. Als een videokaart een 8-pins behoeft, maar er is enkel een 6-pins aangesloten, dan kan de videokaart een rood licht tonen of geluid maken ter waarschuwing. Dat dus dankzij de aanwezige sensoren in de connectoren.

SATA

Als een-na-laatste is een connector aan de beurt die tegenwoordig minder wordt gebruikt, maar nog wel relevant is: de SATA-voedingsconnector. Deze heeft een herkenbaar, plat uiterlijk met een kleine inkeping aan de zijkant. Vanwege de opkomst van M.2-SSD’s worden SATA-schijven wat zeldzamer in game-pc’s. Als je toch nog van de harde schijven bent voor opslag, dan zal je deze kabel alsnog benutten.

Molex

De afsluiter qua kabels betreft een oude, vertrouwde standaard: Molex. Het gebruik van deze kabel is écht zeldzaam te noemen. In het verleden werd deze veelal gehanteerd voor fans en optische drives. Het kan nog steeds voorkomen dat bepaalde behuizingen, fancontrollers en/of fans een Molex-kabel vereisen voor de stroomaanlevering.

Wattage en efficiëntie

Het voornaamste discussiepunt voor voedingen is veelal het wattage. Er zijn talloze calculators op het internet, maar ze bieden elk een ander advies, hetzij qua voeding en/of het minimaal benodigde wattage. Wie is er nou correct? Helaas is daar geen makkelijk antwoord op. Wel is er veelal een simpel uitgangspunt om te hanteren in een game-pc: de videokaart. Laten we de populairste RTX 3000-kaart pakken als voorbeeld: de RTX 3070. Die komt vanuit Nvidia met een advies voor een 650W-voeding; dat is een goed wattage om mee te beginnen.

Wel zijn er vuistregels om te hanteren als je voedingskeuze gebaseerd is op een videokaart. Bij die aanbeveling houdt Nvidia rekening met overige componenten én dat de voeding waarschijnlijk minder kwalitatief is. In dat scenario gaat men verder uit van een niet-overgeklokt systeem en wat basale apparatuur eromheen: hooguit een paar fans en één schijf (opslag). Een kwalitatieve voeding van 500W zou in dat scenario eigenlijk al kunnen voldoen. Maar ja, het advies bestaat niet voor niets en dat heeft te maken met veranderingen in moderne hardware.

Mythes en realiteit

Veel systemen worden vandaag de dag automatisch overgeklokt. Neem bijvoorbeeld moederbordfabrikanten die een processor automatisch verbeteren met ‘enhancements’. Ook Nvidia en AMD zelf zijn hier ‘schuldig’ aan, want die partijen laten hun videokaarten automatisch overklokken op basis van temperatuur. Er is niet voor niets een ‘basisklok’ en een ‘turboklok’ bij videokaarten én zelfs processoren. Maar ja, automatisch overklokken brengt een hoger stroomverbruik met zich mee, wat meer vereist vanuit de voeding.

Daarom is het belangrijk om te kijken naar je budget en de componenten die je daarmee weet aan te schaffen. Zo kan je kiezen voor een goedkoper moederbord met een simpel powerfasedesign en een processor met een laag stroomverbruik, doch degelijke prestaties. In dat scenario kan je een RTX 3060 gemakkelijk op een kwalitatieve 450W-voeding aansluiten, in plaats van de aanbevolen 550 watt vanuit Nvidia. Maar ja, dat kan dus alleen als de overige componenten in een systeem niet hongerig zijn.

Dat is dan ook het allerbelangrijkste advies: stem de voeding uiteindelijk af op de componenten tezamen. Als je een serieuze game-pc wil bouwen, inclusief all-in-one-waterkoeling, een vijftal fans, USB-apparatuur eraan, wat opslag én de mogelijkheid om de processor plus videokaart over te klokken, tja, dan is die 450W-voeding toch echt onvoldoende. Kortom, het advies is er niet voor niets. Naast een wattage is er namelijk een secundair element om in acht te houden: de rails van een voeding.

Rails

De moderne voeding bezit momenteel drie rails, die verschillende voltages aanleveren voor componenten: 3,3 V, 5 V en 12 V. De eerste is voor het geheugen (RAM) en de M.2-SSD’s op je moederbord. Het tweede voltage is bestemd voor harde schijven, USB en bepaalde PCIe-apparatuur. De derde richt zich op de hongerige beesten, zoals de processor, videokaart, fans en wederom specifieke PCIe-apparaten. De rails leveren dus een bepaalde spanning aan en over diezelfde rails wordt een bepaalde stroomsterkte geleverd, uitgedrukt in ampère.

Zo kan het zijn dat een voeding lijkt te voldoen aan het vermogen (W) voor een videokaart, door te kijken naar het totale wattage. Het totaal wordt echter berekend i.c.m. de andere rails van de voeding. Op die manier maken goedkope voedingen zich aantrekkelijk, door een veel hogere stroomsterkte (A) te leveren op de 3,3 en 5V-rails. Ondertussen is een dergelijke stroomsterkte op die rails niet benodigd en krijg je te maken met misleidende marketing.

Daarom is het van belang om enkel voedingen te kopen van partijen die transparant zijn. Zodoende biedt MSI voor haar voedingen een uitgebreid PDF-datasheet met alle informatie omtrent de rails. De sheet is hieronder mede zichtbaar als afbeelding. Open deze desgewenst in een nieuwe tab voor de volledige grootte.

MSI MPG PSU Datasheet

Kijkende naar Specifications, dan zien we drie wattages, ofwel de drie voedingen die MSI biedt. Bij elke rail zien we verschillende stroomsterktes en het gecombineerde vermogen. Hoe hoger de stroomsterkte op de 12V-rails, des te krachtiger de videokaart en processor die terecht kunnen. Naast een wattage is er eerder een minimale stroomsterkte benodigd om de videokaart aan te drijven. Het totaalvermogen van de voeding doet er eigenlijk niet toe als de stroomsterkte gewoonweg flut blijkt.

Multi rail vs. single rail

Overigens bezitten de MSI-voedingen meerdere 12V-rails; vier stuks om precies te zijn. Daarvan werken er twee samen voor de GPU, zoals te zien aan datasheet. Verder zijn er aparte rails voor het moederbord en tenslotte de processor. Dergelijke uitingen staan bekend als ‘multi rail’-voedingen. De 12V GPU-rails tezamen weten in de 650W-voeding bijvoorbeeld 60 A te leveren. Dat is voor moderne videokaarten meer dan genoeg stroomsterkte.

Nou kan het zijn dat je ooit een debat hebt gezien omtrent multi rail-voedingen versus single rail-versies. Vaak wordt er dan geuit dat single rail-voedingen de beste keuze zijn. In een ver verleden kon dat nog weleens het geval zijn, omdat multi rail-voedingen dan onvoldoende stroomsterkte leverden. Dat is tegenwoordig niet langer het geval. Beter nog, multi rail is tegenwoordig de betere keuze i.v.m. veiligheid. Op die manier raakt één van de rails minder snel overbelast.

Beschermingen

Toegegeven, de kans dat een kwalitatieve single rail-voeding zoiets ervaart, is zeer klein. Er dienen beschermingen aanwezig te zijn op elke voeding en dat zie je bijvoorbeeld ook terug bij MSI. Alle versies komen met het standaard zestal aan beschermingen. Als die niet aanwezig zijn, dan is een aanschaf gewoonweg uit den boze. De tabel hieronder zet de verschillende beschermingen op een rij en legt uit waar ze voor bestemd zijn.

Alle beschermingen zijn onderdeel van dezelfde ATX-standaard (qua versie, niet vormfactor) voor voedingen, zoals besproken bij de kabels en aansluitingen. Als een fabrikant een bepaalde ATX-versie voor een voeding aanduidt, zijn bepaalde beschermingen verplicht en anders geadviseerd.

TermBetekenisBescherming tegen:
OCPOver Current ProtectionTe hoge stroomsterkte
OVPOver Voltage ProtectionTe hoog voltage
UVPUnder Voltage ProtectionTe laag voltage
OPPOver Power ProtectionTe hoog stroomverbruik
OTPOver Temperature ProtectionOververhitting
SCPShort Circuit ProtectionKortsluiting
Efficiëntie

Het laatste, doch niet te vergeten element van een voeding is de efficiëntie. Het gekeurde wattage leveren is één zaak; dat doen op efficiënte wijze is een ander verhaal. Om die reden is de zogeheten 80 Plus-standaard het leven ingeroepen. Termen zoals 85, 90 of 95 Plus bestaan gewoonweg niet, dus let daar bij een aanschaf altijd op. Voor die efficiëntiewaardes zijn ook gewoon standaarden ontwikkeld en gecertificeerd.

In de tabel hieronder zijn de officiële standaarden zichtbaar voor Europese voedingen, met dank aan Wikipedia.

80 Plus test typeIcon230 V EU internal non-redundant
Percentage of rated load10%20%50%100%
80 Plus 80 Plus Standard.svg#82%85%82%
80 Plus Bronze 80 Plus Bronze.svg#85%88%85%
80 Plus Silver 80 Plus Silver.svg#87%90%87%
80 Plus Gold 80 Plus Gold.svg#90%92%89%
80 Plus Platinum 80 Plus Platinum.svg#92%94%90%
80 Plus Titanium 80 Plus Titanium.svg#90%94%96%94%

Uiteraard volgt dan de uitleg en die mag gelukkig simpel zijn. In de tabel is de efficiëntie te zien van het certificaat bij specifieke ladingen. Het absolute minimum is 80 Plus (zonder kleur). Die wordt ook weleens 80 Plus “White” genoemd, al is dat eveneens geen officiële term. Waar 80 Plus Bronze vroeger het acceptabele minimum was, mag dat tegenwoordig wel 80 Plus Gold zijn. Dat certificaat brengt een efficiëntie van ongeveer 90% met zich mee en vinden we ook terug op MSI’s voedingen.

Bij verdere bestudering van de tabel valt de hoogste efficiëntie op, bij een gebruik, ofwel belasting van 50%. Op dat moment stijgt de waarde van 80 Plus Gold naar 92%. Maar wat betekent die waarde in de praktijk? Stel dat er 300 watt geleverd moet worden aan je systeem en dat plaatsvindt met een efficiëntie van 92%. Dan moet er dus uit de muur 326 W getrokken worden om dat te verwezenlijken. Bij een 80 Plus-voeding, met een efficiëntie van 85%, moet er voor diezelfde 300 W ongeveer 353 W uit het net komen, ofwel 27 W meer.

Kortom, hoe efficiënter een voeding, des te lager je stroomrekening wordt. Daarom wordt 80 Plus Gold beschouwd als de ‘sweet spot’ met die waarde van 90%. Voor sommigen kan het ook een reden zijn om een voeding te nemen met een iets hoger wattage, zodat de belasting op ongeveer 50% valt en de efficiëntie het hoogst is. Daar spendeer je dan misschien 20 of 30 euro extra voor, maar dat verdien je over de tijd heen weer terug. Gelet wel dat een beter certificaat de grootste besparing oplevert, dus kies daar altijd eerst voor.

Features en luxe

Na het kiezen van een juiste voeding voor je game-pc, met de gewenste modulariteit, aansluitingen en wattage, is er ruimte voor overige features. Sommigen daarvan zijn ‘must-have’, waar anderen een leuke bonus bieden. Denk binnen de laatstgenoemde categorie aan zaken zoals het uiterlijk/design, RGB-verlichting en zelfs een schermpje om real-time je stroomverbruik af te lezen. Zeker niet noodzakelijk, maar wel leuk om te overwegen als luxueus iets.

Condensatoren en duurzaamheid

Wat wél vereist is en binnen de eerstgenoemde categorie valt, zijn kwalitatieve condensatoren. In elke voeding zijn namelijk twee zijdes aan condensatoren te vinden, met iedere kant een specifieke functie. De simplistische uitleg is als volgt: aan de eerste, ofwel primaire kant komt de wisselstroom uit het net binnen. Vanuit de tweede, ofwel secundaire kant wordt een stabiele uitgangsspanning geleverd. Die stabiliteit is van uiterst belang, zodat fluctuaties bij binnenkomst geen effect hebben hebben op de werking van je computer.

Technisch jargon terzijde, de condensatoren in je voeding hebben dus een directe invloed op de werking en betrouwbaarheid ervan. Bij het gebruik van goedkope condensatoren, zoals we 10 tot 20 jaar geleden vooral zagen, krijg je horrorverhalen van exploderende en/of brandende voedingen. Mocht je ooit een slecht functionerende of defecte voeding hebben ervaren, dan is het goed mogelijk dat de condensatoren het euvel waren. Gelukkig komt dat steeds minder voor, althans, zolang je geen voedingen bestelt bij lugubere websites en van onbekende merken.

Twee laatste, doch belangrijke punten zijn de afkomst en keuring van de condensatoren. Zo hanteert MSI Japanse condensatoren, bestemd voor werking tot 105 °C. De regio van oorsprong is geen kwaliteitsgarantie, maar kan wel fungeren als degelijke indicator. De gekeurde temperatuur en levensduur zijn echter belangrijker. Hoe hoger de waarde, des te langer de condensatoren (en voeding) meegaan. Dat omdat condensatoren niet dusdanig warm (dienen te) worden en er veelal minder ampère door de condensatoren schiet dan de maximale keuring.

De duurzaamheid is dus gebonden aan de warmteproductie en dat brengt een leuk feitje teweeg. Een gemiddelde condensator kan bijvoorbeeld gekeurd zijn voor een levensduur van 2000 uur op die eerdergenoemde temperatuur van 105 °C. Maar wacht even, dat is net geen 84 dagen aan gebruik! Daar blaast een die-hard pc-gamer binnen een half jaar doorheen, toch? Gelukkig verbetert de duurzaamheid drastisch zodra er een werking is op lagere temperatuur. Die levensduur van 2000 uur schiet gemakkelijk naar 10+ jaar als de condensatoren maximaal 40 tot 50 graden blijven.

Koeling en stille fans

Het is dus van belang om de condensatoren in je voeding – en je volledige pc overigens – gekoeld te houden. Hoe lager de werkingstemperatuur, des te langer je systeem inherent meegaat. Zodoende komt het merendeel aan voedingen met een fan geïnstalleerd. Die fan trekt lucht naar binnen, dus het is belangrijk om deze altijd naar buiten te richten in een behuizing. Op die manier trekt de fan koude lucht van buiten naar binnen. Bij installatie andersom, met de fan naar binnen gericht, komt er warme(re) lucht in de voeding terecht. Dat wil je juist vermijden.

Wel brengt de fan in een voeding extra geluidsproductie teweeg. Daarom komt een gedeelte aan luxe voedingen met een stille modus. In dat geval springt de fan pas aan bij een bepaald stroomverbruik en/of een bepaalde hitteproductie. Voor zéér specifieke scenario’s kan een fanloze, ofwel passief gekoelde voeding een optie zijn. Dat is vooral prettig voor kleine SFX-voedingen in Mini-ITX-behuizingen, want kleinere fans produceren meer geluid om dezelfde hoeveelheid lucht te verplaatsen als een grotere fan. Kortom, voor specifieke pc-setups.

Toekomst

De huidige ATX-standaard voor moederborden en voedingen bestaat al sinds de jaren 90. Sindsdien hebben voedingen weinig verandering gezien als het gaat om compatibiliteit. Je kan een voeding van vijftien jaar geleden veelal nog steeds kwijt op moderne moederborden en vice versa. We gaan de komende jaren echter een grote verandering tegemoet, want Intel is een nieuwe standaard aan het pushen: ATX 12VO. Die elimineert de 3,3 en 5V-rails in de voeding en verplaatst de conversie naar het moederbord.

De korte uitleg voor de nieuwe standaard betreft energieverbruik. De ATX 12VO-standaard moet een significant hogere efficiëntie bieden bij laag verbruik. Dat is namelijk de enige zwakte van huidige voedingen, met als enige uitzondering de nieuwe 80 Plus Titanium-certificering. Anders kan de efficiëntie bij 10% belasting gemakkelijk terugvallen naar minder dan 50%. Daardoor is het idle verbruik bij een ATX-voeding significant hoger dan bij de nieuwe ATX 12VO-standaard.

Voor een iets uitgebreidere uitleg en een demonstratie van ATX 12VO kan je terecht bij onderstaande video van Linus Tech Tips. Maak je echter geen zorgen, want de nieuwe standaard is voorlopig nog geen feit voor consumenten. Je kan dus met een gerust hart een ATX-voeding kopen. Het is ook niet alsof je een andere keuze hebt in combinatie met de huidige moederborden, want die voldoen nog steeds aan de ATX-standaard. Of daar kortstondig verandering in komt, bij nieuwe processoren en bijbehorende moederborden, valt echt nog te bezien.

Samenvatting

Na een flinke lading uitleg is het tijd om alles samen te vatten. Als je voor je game-pc een goede voeding zoekt, dan zijn er meerdere zaken om in acht te houden. Kies als eerste voor een kwalitatieve optie en ga niet voor de goedkoopste fabrikant. Goedkoop is bij een voeding nooit en te nimmer goede koop, want de stroomsterkte en condensatoren van een dergelijke voeding zijn vrijwel altijd ondermaats. Dat resulteert, zonder dollen, in brand- en of explosiegevaar. Dat wil je logischerwijs vermijden.

Balanceer het wattage niet alleen voor de videokaart, maar ook voor de overige componenten. Als een videokaart een minimumwattage vraagt, kan je bij een kwalitatieve voeding wegkomen met een iets lager wattage. Dat dan als de overige onderdelen in je systeem niet hongerig zijn. Zodra je gaat nadenken over extra componenten, hetzij intern of extern, en het willen overklokken van je systeem, dan is het verstandig om de richtlijnen van Nvidia, AMD en (toekomstig) Intel te volgen.

Zodra je een wattage hebt gekozen, kan je kijken naar het certificaat voor efficiëntie. Als je wil besparen op je stroomrekening, dan is het een puik idee om bijoorbeeld 80 Plus Gold te kiezen. Vervolgens heb je de keuze over zaken zoals modulariteit en bonusfeatures. Verder is het van belang om de meegeleverde kabels te controleren, om alles in je pc aan te sluiten. Controleer altijd de aanwezigheid daarvan, samen met andere, gewenste eigenschappen, op de product- of supportpagina van een fabrikant.

Laat de boodschap duidelijk zijn: geen transparantie is gewoonweg geen aankoop. Daarover gesproken; het is MSI die aan ons gevraagd heeft om dieper op voedingen in te gaan voor game-pc’s, met haar uitingen als voorbeeld. Mocht je interesse gewekt zijn, dan kan je hieronder terecht om de voedingen aan te schaffen. Alle versies komen met tien jaar garantie, bezitten een 80 Plus Gold-certificering en zijn volledig modulair.

Laat een reactie achter

Je e-mailadres is niet zichtbaar voor anderen.

We gebruiken cookies voor een betere website-ervaring. We gaan ervan uit dat je hiermee akkoord gaat. Accepteer CookiesBekijk ons Privacybeleid